In haar hutje, klein en schemerig
tussen potjes kleuren en kruiden
zit de heks, verloren in haar eigen schulp
de wereld om haar heen vreemd
Volwassen gedoe, regels en race
het past haar niet, die haastige pace
Ze zoekt naar haar plek, naar een sprankje licht
maar vindt enkel schaduwen in het dagelijks gezicht
Tot de ochtend gloort en kinderen komen
met ogen vol vragen, met wensen en dromen
Ze leert hen te schilderen met seizoensstreken
Ze vertelt van de maan en de dans van het jaar
van de wind die zingt, van de zon
die met haar stralen snijdt door de wolken
ruimte makend voor groen, de cyclus van leven
En daar, in hun lach, in hun kunstzinnig spel
voelt ze magie die haar hart weer opzwelt
De wereld van regels vervaagt in hun blik
ze leeft op, vindt haar eigen muziek
Dus blijft ze daar, in haar hut vol verhalen
Een heks met een hart dat klopt in een kring
waar creativiteit altijd opnieuw begint