In de vroege kou kleurt de stad zich stil
Grijstinten dansen langs beslagen ramen
Lantaarns trekken gele slierten over natte stoepen
De nacht weigert te wijken
Zware wolken glinsteren in de lucht
De wereld op de drempel van een zucht
Wit omarmt de daken en straten
Een zilveren waas stroomt boven de grachten
De stad tikt traag door in winterse passen
Mensen schuilen onder de mist van tijd
Achter elke deur broeit een warme belofte
Een sprankje hoop dat tegen het duister strijdt
En in dat stille palet van koude kleuren
Een neuriënde heimwee
De winter belooft met elke schaduw
Uit het donker bloeien lichte dromen