Wanneer zij openstaat voor de wereldse wonderen, hoeft zij niet naar avonturen te zoeken. Die dienen zich vanzelf aan. Ze omarmt de nieuwe uitdagingen, bruisend van inspiratie om het leven mooi vorm te geven.
Maar dan, plotseling, neemt haar ego het over en vult haar hart met angst. Heb ik nog zo'n lange weg te gaan? Is het dit allemaal wel waard? Wat als ik er nooit kom? Telkens weer bekruipt haar het gevoel dat ze helemaal opnieuw moet beginnen. Die twijfels nemen de overhand en langzaam dreigt ze weg te glijden in een neerwaartse spiraal.
Op zulke momenten denkt zij altijd aan een van de vele mooie verhalen van haar moeder. Het verhaal van de kolibrie. Dat kleine vogeltje dat reusachtige afstanden aflegt, op zoek naar nectar. Ze herinnert zich een warme zomerdag waarop ze rondjes draaide en fantaseerde dat zijzelf die kolibrie was. Gehuld in een donkergroene jurk met rode bloemen in haar vlecht. Terwijl haar moeder haar meenam in de avonturen van dat dappere wezentje.
Alleen en kwetsbaar, maar volkomen onbevreesd, ging hij op pad naar verre continenten. Dan pakte haar moeder haar gezicht zachtjes vast en zei: "Als jij zoetigheid verlangt, moet het gefladder van jouw vleugels muziek maken voor de bloemen."